Mindfulness, waardevolle inspiratiebron voor grondhouding therapeut
Geplaatst door: Sigrid Dirickx Psychotherapeute, interactionele vormgeving - mindfulness - supervisor - voorzitter VVTIV te Oelegem.
"MINDFULNESS" een hype …
Een waardevolle inspiratiebron voor de grondhouding van een therapeut en een eenvoudig instrument voor het cultiveren van 'awareness' en 'aanwezigheid', helpende kwaliteiten in de ontmoeting met de cliënt.
Yesterday is history
Tomorrow is a mystery
Today is a gift
It is called 'present'
De definitie van 'mindfulness' is heel eenvoudig …. het behelst een training van de kwaliteit van de aandacht…aandacht geven - welbewust en niet-oordelend - in het huidige moment (J.K. Zinn). Het cultiveren van oplettend zijn, opmerkzaam zijn, bedachtzaam zijn…een zachtmoedige relatie aangaan met je ervaring. Een manier van aandacht geven, van observeren dat leidt tot inzicht, we gebruiken de aloude 'inzichtmeditatie' of 'vipassana' die de Boeddha al beoefende. De definitie van 'Gewaarzijn'…gewaar worden van wat er is en er gewoon mee zijn, waarnemen nog voor het bewustzijn erover begint na te denken, waarnemen en observeren zonder oordeel, zonder reactiviteit, waarnemen voorbij het standpunt waarmee je kijkt.
Rosario, een achtdaagse zomerretraite, acht dagen stilte samen met een 20-tal andere mensen. Het programma is afwisselend zitten, lopen, zitten, lopen ... van 6h 's morgens tot 10h 's avonds, met onderbrekingen om te eten … in stilte … te klussen … in stilte … en met de bedoeling alles in volle aandacht te ervaren. Belletjes klinken overal om de overgang van het ene naar het andere aan te geven. Alles gebeurt traag en heel aandachtig … de instructies zijn eenvoudig … je adem is je anker, je benoemt het met 'rijzen en dalen' en telkens je aandacht ergens anders naartoe gaat benoem je ook dat, 'denken', 'denken', 'denken', of 'horen', 'horen', 'horen', en zo gaat het de hele dag door. Wat er ook komt of wat er ook gaat, opmerken en benoemen en laten gaan, en wat blijft laten zijn. Gewoon opmerken wat je het eerst ziet, niet zoeken, want dan ben je al niet meer in het huidige moment. Ook niet streven, want ook dan ben je niet meer 'hier' tenzij je het opmerkt … en zacht, niet-oordelend benoemt … 'streven', 'streven', 'streven'.
Het lijkt simpel maar je komt zo je automatische vluchtweggetjes tegen die je in deze omgeving niet kan toepassen, geen boeken, geen gesprekken, geen telefoons, geen TV, geen kast met koekjes, geen glaasje wijn, alleen jij in de stilte met jezelf en de anderen met zichzelf in de stilte. Er komen weerstanden, er komt pijn, van het zitten maar ook van jezelf tegen te komen, pijn over al je zelfkritiek, pijn over al je verraad, over al je oordelen over jezelf en de anderen, pijn over al je verzet tegen gewoon 'zijn' en vertrouwen, pijn over al je pijn. Je ervaart je neigingen van gehechtheid … ik voel me 'alleen' lekker als ik in het zonnetje kan lopen … ook van afkeer … ik voel me rot maar ik duw het weg door al aan het lekkere middagmaal te denken … 'denken', 'denken', 'denken'. Ik begin op deze manier te begrijpen hoe ik mezelf het huidige moment ontzeg met al de rijkdom die erin vervat ligt.
Ik voel mezelf heel ontvankelijk worden voor wat er in mij gebeurt maar ook voor wat er rond mij gebeurt, spontaan kan er dankbaarheid opwellen uit mijn hart, of compassie, of zachtheid … ik voel mijn hart en ik voel wanneer het zich opent en wanneer het zich sluit, ik merk op, neem waar en zie wanneer ik de neiging heb er iets aan te willen veranderen, ik kies dit niet te doen of misschien wel te doen maar ik kies vanuit wat ik ervaar in dit moment. Dag na dag hetzelfde en toch een wereld van verschil. Elke moment met zachte aandacht aanraken geeft je leven iets rijks. Je ervaart wat je anders niet opmerkt. Je voelt een grote verbondenheid met alles wat rond jou is, ook met al die mensen die dit samen met jou beleven. In duizend woorden kan je dit niet ervaren. Wat 'aanwezigheid ' en 'aandacht' kunnen doen … Op het einde van de week ga ik naar huis, een beetje onwennig, ik voel me open en ook een beetje kwetsbaarder, maar het schrikt me niet af integendeel, alles is zo intens.
Deze ervaring bracht me bij het besef van het belang van een diep contact met mezelf, het proces van ruimte vrij maken voor en in mezelf waarin ik de vaardigheid kan ontwikkelen om onbeperkt en ongehinderd gewaar te zijn.
Bij het stierengevecht is er een plek in de arena waar de stier zich veilig voelt. Als hij die plek heeft bereikt, houdt hij op met rennen en komt geheel op krachten. Hij is niet langer bang. Het is de taak van de matador te weten waar deze veilige plek is en ervoor te zorgen dat de stier geen tijd heeft deze plek te bereiken. Deze plek wordt de querencia genoemd. Voor mensen is de querencia de veilige plek in onze innerlijke wereld. Wanneer iemand zijn querencia vindt, is hij kalm, vredig en wijs. Dan heeft hij zijn kracht gebundeld. Rachel Naomi Remen. (Kornfield, 2002).
Wisselwerking tussen de mens achter de therapeut en de therapeut…
Ik ben ervan overtuigd dat een therapeutisch model tot leven komt door de therapeut. Daarom is het belangrijk welke mens ik kies te zijn en mijn inspiratiebronnen te zoeken die hier iets aan kunnen bijdragen. De grondhouding inherent aan het IV-model nl het afstemmen op de cliënt impliceert een basishouding die buiten de therapeutische setting eveneens deel van jezelf geworden is. Aandachtig aanwezig kunnen zijn is een onmisbaar te cultiveren kwaliteit die andere belangrijke kwaliteiten impliceren zoals authenticiteit, congruentie en integriteit. Het zijn zijnskwaliteiten die ik terugvind in het onderricht van de Boeddha waar we niet naar moeten streven, maar die er gewoon zijn als we maar de moed hebben ons over te geven aan wat er gewoon 'is', zonder iets te willen 'doen' of be-grijpen.
In de zijnsgerichte oriëntatie gaat men ervan uit dat het Zijn de gronddimensie van ons bestaan is waar alles bestaat, alles in rust, alles uit voortkomt en alles naar terugkeert. In die zin is het Zijn als een grote ruimte waarin het leven in al zijn verschijningsvormen plaats vindt (Knibbe,2004).
GRONDHOUDINGEN EN ZIJNSWIJZEN
Hulpbronnen om deze waar te maken; eigen groeiproces ... Bezieling …
Tijdens mijn zoektocht naar ‘afstemmen’ en‘gewaarzijn’ en naar woorden die dit kunnen uitdrukken wil ik niet vergeten aandacht te geven aan de ‘bezieling’ die het wezenlijke bestanddeel is van alles wat er gebeurt tussen de cliënt en de therapeut. Of we het nu ‘contact’ noemen of ‘relatie’ of ‘ontmoeting’ … Alles staat of valt met de bezieling van de therapeut. Hij gaat van daaruit zijn innerlijk proces aan, hij loopt de weg van de weerstanden, blokkeringen, trauma’s, complexen, en angsten en ontvangt zo ook de liefde, genezing, verlossing en héélwording. Innerlijk verbonden ‘wordt’ de therapeut flexibel, aanraakbaar en geeft zijn eigen hart en ziel in contact met de ander, in de ontmoeting, in de dialoog … Onechtheid en onwerkelijkheid ruimen plaats voor levend en bezield zijn. De therapeut werkt met ‘liefde’, confrontatie waarin en waardoor de andere wakker kan worden in zijn zieleveld …
Boeddhistisch perspectief…
IV haalt ondermeer inspiratie uit inzichten van oude Oosterse spirituele tradities. Het raakt mijn persoonlijke weg om andere referentiekaders te onderzoeken en methodes uit te proberen die me op weg kunnen zetten naar kennis van de mens, zelfkennis, groei en verandering. Vanuit een gedegen zelfkennis kan ik mijn medemens misschien beter begrijpen, aanvaarden en met hem tot verbinding komen … Auteurs zoals Mark Epstein en John Welwood hebben me hierin zeer geboeid en veel geleerd, ondermeer over gewaarzijn en het belang meer in mijn eigen zelf te leven.
Mark Epstein, boeddhist, psychiater en westerling deed veel onderzoek naar overeenkomsten tussen de westerse psychologische theorieën en de inzichten over psychologie van het boeddhisme. Hij zocht een weg om in staat te zijn tot bewustwording van problemen en lijden maar ook om werkelijke genezing mogelijk te maken. Zijn visie op psychotherapie en vooral op wat een mens tot verandering of heling kan brengen liet hij inspireren door het boeddhistisch perspectief en meer bepaald door wat de Boeddha onderwijst ivm lijden en hoe we hiermee kunnen omgaan (onderricht achtvoudige pad).
De Boeddhistische leraren zeggen ons dat achter elke vorm van lijden het verlangen zit dat de dingen anders zijn dan ze zijn. Een van de meest fundamentele kenmerken van onze psychische ervaringswereld is ‘onbevredigdheid’, we willen hebben wat we niet kunnen krijgen. “Deze poging”, zegt Epstein, “om dat wat niet veranderd kan worden te beheersen, staat haaks op onze ‘natuurlijke stroom van zijn’.” (Epstein2001, p,48)
Het verhaal ‘De sleutel in het donker’ van de Soefi Nasruddin is een schitterende metafoor voor hoe wij, mensen, het geluk zoeken in aangename gevoelens die van voorbijgaande aard zijn en dus onbevredigend. Deze houding is inherent aan lijden. In 'De sleutel in het donker' zoekt Nasruddin naar zijn huissleutel in het licht van een lantaarn. Als iemand hem na lang zoeken vraagt of hij de sleutel daar werkelijk verloren heeft, is het antwoord: 'Nee, maar in het licht zoekt het makkelijker.
Epstein onderzocht dit onderricht in zijn eigen leven. Ook als therapeut of helper ontdekte hij een soortgelijk proces: het verlangen naar beheersing is een even groot obstakel in het genezen van een ander als in het genezen van jezelf. Niet te veel willen bereiken is van het allergrootste belang!! In een zo open, intieme relatie (die de therapeutische relatie zeker is) voelen mensen de toestand van de therapeut scherp aan, en voelen zij zich onder de controle staan van diens verlangen. De identiteit van de therapeut als helper wordt als een impliciete eis gevoeld door de cliënt waarop deze in zijn vertrouwde reactieve manier van doen kruipt. Het is belangrijk openheid na te streven waarin alles kan ervaren worden, verlangen hindert deze ervaringsstroom.
Kennis is een vorm van de werkelijkheid ‘beheersen’, in ‘begrijpen’ zit ‘grijpen’. Bion beschrijft de onkenbaarheid van de werkelijkheid als volgt: “… het is onmogelijk de werkelijkheid te kennen, om dezelfde reden als het onmogelijk is om aardappelen te zingen; die kunnen verbouwd worden, gerooid of gegeten, maar niet gezongen. De werkelijkheid moet worden”ge-zijnd”: eigenlijk zou er een overgankelijke vorm moeten bestaan van het werkwoord “zijn”, speciaal voor het gebruik met betrekking tot de term “werkelijkheid” (Epstein,2001, p,50).
Hij benadert hier de inzichten van de Boeddha, daar waar het gaat over de behoefte van de geest om de werkelijkheid te concretiseren Wanneer dit van de geest kan losgemaakt worden kan er ‘iets’ transformerend gebeuren. Bion benoemt dit als een diep vertrouwen, het soort vertrouwen waarmee je van een hoge duikplank springt, wetend dat je in het water terecht komt. Epstein observeerde dit in zijn meditaties en bevestigde dit in zijn psychotherapeutisch onderzoek. In verband met het losmaken van de geest van de behoefte om de werkelijkheid te beheersen, geeft de Boeddha de methode van het ‘achtvoudige pad’, het pad naar ‘bevrijding’ of ‘nirwana’, zijn manier om de geest te zuiveren van belemmeringen zodat hij zo aangescherpt wordt, dat hij te midden van onafgebroken veranderingen bedaard kan blijven.
Om de geest te zuiveren is het nodig onze gehechtheden onder ogen te zien in plaats van ze te willen elimineren. Het opengaan voor de waarheid, dat wil zeggen voor wat eenvoudigweg aanwezig is, brengt vanzelf veranderingen teweeg. Het gewaarzijn op zich krijgt meer aandacht dan de belemmeringen. Door ons vermogen tot bewustzijn te gebruiken zijn we in staat op een andere manier naar onszelf te kijken dan we gewoon zijn. Deze gebruikelijke beweging van de geest doorbreken zodat er ruimte is waarin helder begrip kan ontstaan is de betekenis van discipline, zoals Ram Dass de leer van de Boeddha vertaalt. Het is de geest van het individu die het lijden doet voortduren, en die geoefend kan worden in verandering. Worstelen tegen een gevoel versterkt de gehechtheid …, onze onvrede kunnen we enkel verlichten door onze focus te verscherpen en ons perspectief te veranderen.
Deze inzichten kunnen een diepe dimensie geven aan het helingsproces, het betekent een grote mate van vrijheid en tegelijkertijd van verantwoordelijkheid in de eerste plaats tegenover onszelf maar ook ten aanzien van alle voelende wezens. Om dit te kunnen nastreven is het oefenen van ’opmerkzaamheid’ of ‘open aandacht’ van cruciaal belang. Het vermogen van moment tot moment op te merken wat er zich in het lichaam of in de geest afspeelt zonder zich eraan vast te klampen of zonder het weg te duwen, het ontwikkelen van een getuige. Meditatie is een manier om dit te oefenen: de geest terugbrengen in het nu telkens als hij weer afgedwaald is. Het moeilijkste is ‘opmerken’ dat hij afgedwaald is.
“Bij het oefenen in gewaarzijn komt de spontane stroom van zijn op gang wat een thuisbasis- gevoel van “ik” verschaft, een basis voor normaal voelen en jezelf normaal voelen’ merkt Epstein op. Verder zegt hij: ”Bij het werken met vele cliënten moet ik het hebben van geloof en vertrouwen. Via mijn eigen therapie en in mijn eigen meditatie heb ik het vertrouwen ontwikkeld dat iedere situatie, hoe afschuwelijk of ongemakkelijk ook, overleefd kan worden. Ik heb me de eenvoudige kracht eigen gemaakt van het gewoon aanwezig durven zijn” (Epstein,2001). De bereidheid om in dat ongemakkelijke gevoel te blijven wanneer er niets te doen valt is de hoeksteen van de boeddhistische wijsheid. Het is bevorderend voor het therapeutische proces als therapeut zoals een ouder geleerd heeft niet als persoon te reageren op de boosheid van zijn kind, onverstoorbaar aanwezig te kunnen zijn bij de cliënt. Epstein benadrukt in zijn boekje ‘De stroom van zijn’ dat de sleutel tot verandering “acceptatie” is. De obstakels die ons ervan weerhouden te leven in een staat van volledig gewaarzijn moeten tot bewustzijn worden gebracht, dit is het uiteindelijke doel van therapie. Het meest funeste obstakel is het gevoel van zelfvervreemding dat dikwijls de vorm aanneemt van een gevoel van waardeloosheid, gebrek aan eigenwaarde, gevoelens van onwerkelijkheid, schaamte of zelfhaat.
Epstein liet zich inspireren in zijn visie over therapie door Winnicott, wiens werk overeenkomt met veel boeddhistische inzichten. Hij heeft het dan vooral over het belang van onderzoek naar de vroegste jeugd als verklaring van hoe de reactieve patronen die ons ware zelf verduisteren tot stand kwamen, er vormt zich een vals zelf vanuit de noodzaak te overleven. Het is de bedoeling de reactieve geest te leren kennen en hem te trainen met geduld, acceptatie en vertrouwen tot een enorme capaciteit om alles te omvatten. Psychotherapie kan een enorme hulp zijn bij het wijzen op iemands reactieve gewoontepatronen zoals die in het hier-en-nu plaatsvinden, de therapeutische relatie die nergens toe dwingt en blijft bij wat is, is een krachtig voertuig, maar het belangrijkste element, zoals de Boeddha ontdekte, is de helende kracht van het gewaarzijn.
Liefde en een open hart in de therapie…
“Authentieke therapeutische liefde moet onbaatzuchtig zijn en van eerbied getuigen voor het unieke bestaan van de cliënt” (Medard Boss). In zijn brieven schreef Freud ooit aan Jung dat “psychoanalyse in essentie een genezing is door middel van liefde” … John Welwood merkt terecht op dat in de therapeutische literatuur weinig of niets terug te vinden is over liefde, en het woordje ’hart’ wordt al even zelden aangetroffen terwijl de meeste therapeuten het eens zijn dat deze een belangrijke rol spelen in het therapeutische proces. In de oosterse tradities is het al eeuwenlang bekend dat openheid van hart het centrale kenmerk is van het menselijke bewustzijn, alleen van hieruit is het mogelijk zich volledig af te stemmen op de werkelijkheid. Wanneer we onszelf niet toelaten te ervaren sluiten we ons hart af. Hoe meer we onszelf de ruimte kunnen geven om te zijn, hoe meer ruimte we aan de andere kunnen geven om zichzelf te zijn.
Carl Rogers heeft het over onvoorwaardelijke positieve aandacht als een van de pijlers van de therapeutische relatie. John Welwood schrijft hoe moeilijk te verwezenlijken hij deze houding vond als overtuigd cliënt-centered therapeut, het was hem vooral onduidelijk waarop dat soort aandacht dan wel gericht moest worden. In zijn zoeken ontdekte hij dmv meditaties dat onvoorwaardelijke goedheid de kern van het mens-zijn uitmaakt en dit hielp hem de mogelijkheid van onvoorwaardelijke liefde en de rol daarvan in het helende proces te begrijpen.
In het boeddhisme spreekt men van liefdevolle vriendelijkheid (mettà)…, dit wordt door meditatie bevorderd omdat je hier leert alleen maar te zijn, zonder iets te doen, zonder je aan iets vast te houden, zonder iets te willen bereiken of niet te bereiken, gewoon te ervaren en mee te gaan met de stroom van ervaren zonder dat er ook maar een voorwaarde aan verbonden is. Het is een moeilijk proces waarin we geneigd zijn steeds afleiding te zoeken, weg van onszelf. In dit proces komen we juist al onze obstakels en strijd tegen die ons kunnen verhinderen het leven voluit tegemoet te treden, ons hart open te zetten voor al wat er is en te ontdekken dat achter al die obstakels een fundamentele goedheid schuil gaat die in elke mens aanwezig is. Contact maken met de liefde die zich verbergt in allerhande verdraaide vormen van zorg kan ontstaan door samen met de ander aanwezig te zijn.
Welwood brengt heel gevat het volgende onder woorden:
“Ik merk dat ik het meest van mijn werk geniet en het behulpzaamst reageer op wat de ander doet als we een deel van onze reis gezamenlijk afleggen; de reis naar het ontdekken van de authentieke grond van menselijke aanwezigheid te midden van het turbulente kolken van de geest” (Welwood, 2000).
Verbondenheid …
"Every day we do things, we are things that have to do with peace. If we are aware of our life ..., our way of looking at things, we will know how to make peace right in the moment, we are alive" (
Thich Nâth Hanh). Verbondenheid met onszelf kan enkel tot stand komen als we onze eigen capaciteit tot zelfgewaarzijn ontplooien. Meditatie kan hier een goed hulpmiddel zijn omdat we dan uit de afleidingen van het dagelijkse bestaan stappen waardoor we duidelijker zien met welke bril we naar de werkelijkheid kijken. We ontwikkelen op die manier een getuige in onszelf die waarneemt waarmee we ons identificeren en die onze strategieën herkent. Het is een manier om via de ademhaling te observeren hoe deze reageert op onze gedachten en eraan verbonden emoties. Het leert ons in interactie gaan met de signalen die we gewaarworden in ons lichaam en die ons van dienst kunnen zijn in onze handelingen.
Thich Nâth Hahn onderwijst :
“Conscious breathing is the key to uniting body and mind and bringing the energy of mindfulness into each moment of our life”. Mindfulness is the energy of being aware and awake to the present moment. It is the continuous practice of touching life deeply in every moment of daily life. To be mindful is to be truly alive, present and at one with those around you and with what you are doing”. Hij vergelijkt meditatie met thuiskomen bij jezelf waarbij je de volle aandacht geeft aan zorg voor jezelf. Het stelt je uiteindelijk in staat jezelf te bewonen: identificatie maakt plaats voor acceptatie. Zoals het ‘vredegevend’ beeld van de Boeddha kunnen ook wij vrede en stabiliteit uitstralen. Onze zithouding is rechtop en waardig terwijl we onze aandacht brengen naar onze ademhaling. We richten onze volle aandacht naar wat er in ons en buiten ons aanwezig is. We laten onze geest ruim worden en ons hart zacht en vriendelijk.
De volgende richtlijnen van de Zen-meester kunnen een aanmoediging zijn tot meditatie. Sitting meditation is very healing. We realize we can just be with whatever is within us- our pain, anger, and irritation, or our joy, love, and peace. We are with whatever is there without being carried away by it. Let it come, let it stay, and then let it go. No need to push, to oppress, or to pretend our thoughts are not there. Observe the thoughts and images of our mind with an accepting and loving eye. We are free to be still and calm despite the storms that might arise in us.
De Boeddha analyseert de menselijke staat als volgt: in ons ervaren zit altijd een gevoel van onbevredigdheid, de oorzaak van deze pijn is onze gehechtheid aan zekerheid, veiligheid, vooral aan de dualiteit van ‘zijn’ en ‘niet-zijn’. ‘Iemand’ zijn is het equivalent aan vasthouden aan ‘zijn’, ‘niemand’ zijn is vasthouden aan ‘niet-zijn’. De ene zienswijze is even problematisch als de andere omdat ze ons belet open te gaan voor onszelf, niet als 'iets' of 'niet iets' maar als een relationeel proces dat zich elk moment voltrekt. Volgens het Boeddhisme bestaat er niets vast, alles is een stroom en alles is dan ook onderling afhankelijk van elkaar. Veranderen kan enkel tot stand komen door te kijken wat er gebeurt en te aanvaarden wat waar is over onszelf. (Epstein, 2001)
In de Gestalttherapie ziet men de wereld eveneens als een stroom van ontmoetingen aan de contactgrens. Het Ego is het instrument waarmee we in contact gaan, wanneer het gezond is nemen we initiatief en bewegen ons in deze stroom, wanneer ons Ego echter verkrampt is belet het ons om in contact te gaan en laat het ons met een ongelukkig, onwaardig en ontoereikend gevoel achter.
Winnicot schreef heel indringend over de onderbreking van de natuurlijke stroom van zijn bij het jonge kind. “… er is niets zo kostbaar als de continuïteit van iemands vermogen om onafgebroken te zijn“ (Epstein,2001, p,31). Een klein kind dat te veel te maken heeft met angsten en depressies (van de moeder) kan niet anders dan reactief zijn, waarbij het nog alleen rekening kan houden met de behoeften van een ander en afgesneden wordt van zijn eigen ervaring, waardoor het vervreemdt van zichzelf. Er ontwikkelt zich geen innerlijke ruimte om een gezond en geïntegreerd zelfgevoel te ontwikkelen. Meditatie en psychotherapie reiken een weg aan om zich vrij te maken van de obstakels die de stroom van zijn beletten.
Boeddha sprak over de vermogens van de menselijke geest en de heilzame effecten van ‘inzicht’. Hij verklaarde dat vrijheid alleen kon voortkomen uit beteugeling van de neiging van de geest om te willen hebben of juist niet te willen hebben. Bij meditatie waar we geconfronteerd worden met gedachten waarin we ofwel wegduwen ofwel vasthouden kunnen we trainen in geen van beiden te doen, maar in de plaats daarvan acceptatie te oefenen! Deze houding heeft invloed op de kwaliteit van aanwezigheid in de therapeutische ontmoeting.
Tot besluit
Als je dagelijkse oefening bestaat uit jezelf openstellen voor al je emoties, alle mensen die je ontmoet, alle situaties die je aantreft, zonder je af te sluiten, in het vertrouwen dat je daartoe in staat bent … dan zal dat je zo ver brengen als je kunt gaan. En dan zul je alle onderricht begrijpen dat ooit is gegeven (Pema Chödrön).
Therapie is een menselijke aangelegenheid. De opgave voor de therapeut is dat hij de cliënt het menselijke tekort leert accepteren en tegelijk zijn eigen mogelijkheden leert kennen en ontwikkelen. De kern van het genezingsproces is juist de ontmoeting tussen twee mensen, therapeut en cliënt, waar er een dialoog mogelijk gemaakt wordt en waar ook een leerproces aangegaan wordt waarvoor de therapeut verantwoordelijk is. De therapeut heeft dus een eigen aandeel en inbreng in de relatie. “Heling gebeurt immers door ontmoeting en ontmoeting verwijst naar de IK-GIJ relatie die verwijst naar de diepte van deze verhouding en de grond van ons bestaan” (Lambrechts, 2001, p,544).
Door meditatie heb ik ontdekt dat het een belangrijk proces is te oefenen in ‘centeren’ dwz mijn middelpunt te vinden en van daaruit de wereld rondom mij waar te nemen en te ontmoeten. Het lijkt mij belangrijk in de therapeutische houding vanuit dit middelpunt, Welwood noemt het de hara-energie, aanwezig te zijn bij de cliënt en wat er zich voordoet. Ik ervaar dat ik vanuit dit soort aanwezigheid op een andere manier contact maak, vanuit een diepere realiteit ...
Ik kreeg ooit een tekst van een meditatieleraar over 'luisteren' waarin het volgende me trof: ”luisteren vereist een inwendig zwijgen, vrij van de gespannen jacht naar verwerving, het vergt ontspannen aandacht. Een zo alerte en toch ontspannen toestand kan dát horen, wat aan verbale gevolgtrekkingen voorbij ligt”. Iemand vinden die luistert is zeldzaam, zoals het ook zeldzaam is je geest tot rust te brengen zodat luisteren mogelijk is. Alleen als je zonder een zeker denkbeeld, zonder denken luistert sta je rechtstreeks met iets of iemand in verbinding. En omdat je dan met iets of iemand in verbinding staat zul je begrijpen wat hij zegt. “Alleen als je luistert hoor je wat woorden zingen”.
In de Zuid Koreaanse film ‘Spring, summer, fall, winter and … spring’ van Kim Ki-Duk, komt een jonge monnik onder het toeziende oog van een oude monnik de stadia van het leven en de daarmee verbonden aspecten en moeilijkheden tegen. Vooral de houding van de meester trof me in deze prachtige film: het was een houding van liefdevolle aanwezigheid vol mededogen, ontdaan van elke vorm van oordeel, heel en al openheid voor wat er zich op elk moment ontvouwde, van waaruit hij bijna woordeloos de meest gepaste antwoorden gaf op wat er gebeurde. Toen de jongen, man geworden, terug bij de meester kwam met zijn geest en lichaam vol woede, bleef de meester gelijkmoedig. Hij liet de man de ruimte om zijn eigen verantwoordelijkheid te dragen en zo het proces te gaan om zijn geest te zuiveren en zijn hart te openen. Hij keek toe zonder in te grijpen zodat de man zijn eigen waarde kon terugvinden. Door de kwaliteit van zijn aanwezigheid voelde de oude monnik wat gepaste zorg was …
“Ruimte en vertrouwen geven aan de cliënt is een basisattitude van de IV-therapeut”.
Heb je geduld te wachten tot je modder zakt, het water helder wordt?
Kun je in stilte verwijlen tot de juiste handeling vanuit zichzelf ontstaat?
Lao-tse: Tao-te tjing
SIGRID DIRICKX – I.V.-therapeut / trainer mindfulness
Voetnoten
1 Achtvoudige pad is in het boeddhisme ‘het pad naar verlichting’.
2 Nasruddin (1208-1284) is een Soefi en rasverteller wiens verhalen getuigen van een even sterk inzicht in de menselijke psyche als de dialogen van Socrates.
3 Vietnamese Boeddhistische Zen-meester.
4 Uit een onderricht gegeven door Thich Nâth Hahn in Antwerpen 1996.
5 Uit: Psychologie van het ontwaken. J. Welwood.
6 Uit de syllabus ‘Therapeutenopleiding Interactionele vormgeving’ (p2).
Bronnen
Dewulf, D. (2005) Syllabus Training in aandacht.
Dirickx, S. (2005) 'Samen' leven … 'samen' sterven … (Eindwerk IV-therapeut).
Epstein, M. (2001) De stroom van zijn. Utrecht, Servire.
Ingram, C.(2003) Hartstochtelijk aanwezig zijn. Haarlem, Altamira-Becht.
Knibbe, H. (2004)Rusten in zijn. Utrecht, Servire.
Kornfield, J. (2002) De kracht van vergeven. Den Haag,Synthese b.v.
Koster, F. (2004) Bevrijdend inzicht. Rotterdam, Asoka.
Thich Nâth Hahn (1986) Being peace. Berkeley, California, ParallaxPress.
Welwood, J.(2000) Psychologie van het ontwaken. Utrecht, Servire.
Zinn, J.K. (1990) Handboek meditatief ontspannen. Haarlem, Becht.
Publicatiedatum: 24 juli 2009
Auteur: Sigrid Dirickx

Reacties
Er zijn nog geen reacties