Over het herinneren en vergeten van dromen
Geplaatst door: Cindy Schepers, psychotherapie - dromen & nachtmerries - stiefmoeders te Bierbeek.
Inleiding
De droomanalyse ligt aan de basis van de psychotherapie. Ze werd in lang vergeten tijden zelfs de ‘Koninklijke weg naar het onbewuste’ [1] genoemd. Toch nemen dromen vandaag de dag maar een kleine plaats in in psychotherapie. In mijn werk als psychotherapeute bij Droomcirkel vzw tracht ik het droomwerk terug een plaats te geven. Toch komen er nogal eens cliënten over de vloer die beweren niet te kunnen dromen. Het omgekeerde komt ook wel eens voor, zij het minder frequent: sommigen worden overspoeld door hun dromen en vinden dat een lastige zaak. In dit artikel vind je uitleg over het trainen van je droomgeheugen, het noteren van dromen, het overspoeld worden met beelden en ook iets over een droomstop. Het artikel is gebaseerd op mijn eigen ervaringen als psychotherapeute en dromer en op tips uit literatuur.
Het verkrijgen van droommateriaal
Wil je met dromen werken om over jezelf te leren, om inspiratie op te doen of wat dan ook, dan is je belangrijkste werkinstrument de herinnering aan de droom. Want tenzij je een expert bent in lucide dromen [2], kan je nooit met de droom zelf werken, enkel met de herinnering eraan. De kwaliteit van die herinnering aan hetgeen je ’s nachts beleefd hebt bepaalt dus veel. Uit slaap- en droomonderzoek blijkt dat iedereen droomt, ook diegenen die hardnekkig beweren dat zij een uitzondering vormen op die regel. Deze mensen kunnen zich hun dromen niet herinneren. Het zich herinneren van dromen kan je trainen, net zoals je je geheugen kan trainen. Het herinneren van je dromen is een gewoonte, een activiteit waar je wel of geen aandacht aan besteedt in je leven. Dromen kunnen zeer subtiel zijn en het komt er op neer een gevoeligheid aan te kweken voor deze subtiliteit. Eenmaal je dat beet hebt en je af en toe een (flard van een) droom naar boven kan halen, gebeurt het herinneren meestal spontaan. Mijn ervaring leert me dat je meer dromen kan onthouden als je er eenmaal mee bezig bent. Het is een kwestie van de trein op gang te brengen. Het is belangrijk dat je gemotiveerd bent je dromen te onthouden. Als je met de hardnekkige instelling leeft dat het jou niet gaat lukken, dat het allemaal onzin is, dan ben ik er van overtuigd dat jij zo iemand bent ‘die nooit droomt’. Geloof dat je het kan, stel je open en laat je niet teleurstellen als het niet meteen lukt. Zie het als een spel, dat is de eerste voorwaarde! Ook als je gericht bent op ‘ik moet en ik zal mij morgenvroeg een droom herinneren’, durft het nogal eens mislopen. Waar je vervolgens op kan letten is dat je op een rustige manier ontwaakt. Geen wekkers, geen ochtendstress. Als je direct opstaat of alert bent, vervliegen je dromen. Je bent ze dan kwijt en kan er hooguit terug contact mee maken als er in de loop van de dag iets gebeurt wat je aan de droom doet denken. Het leren vangen van dromen is een ideale vaardigheid die je op vakantie kan oefenen, of telkens wanneer je kan uitslapen. De kunst is om de overgang van het slapen naar het waken wat te rekken. Begin je wakker te worden, probeer dan je ogen nog even gesloten te houden, niet te veel te bewegen en in de sfeer van het slapen te blijven. Soms kan het helpen je terug in de houding te leggen waarin je het laatste stuk van je slaap hebt doorgebracht. Het is niet de bedoeling terug in slaap te vallen; je hebt een bepaalde dosis waakalertheid nodig om de beelden, indrukken of gevoelens die bij je op komen te registreren. Om het in termen van hersengolven uit te drukken: maak gebruik van de overgang van de thèta- naar de alfagolven, van de overgang van het onbewuste naar het bewuste. Komen er geen beelden of indrukken terwijl je daar zo ligt, probeer dan waar te nemen hoe het met je gesteld is. Heb je het warm of koud? Hoe voelt je lichaam? Welke emoties ervaar je? Contact maken met je lichaam en gevoelswereld is iets wat velen onder ons verleerd hebben. Vaak zijn we alleen maar ons hoofd. Het komt veel voor dat mensen eerst terug moeten kennis maken met hun lijf alvorens ze aan droomwerk kunnen beginnen [3]. Het is belangrijk jezelf de tijd te gunnen om het onthouden van dromen te leren. Doorzettingsvermogen heb je zeker nodig! Visualisatieoefeningen voor je gaat slapen kunnen helpen. Het vergroten van je creativiteit kan ook zijn vruchten afwerpen: luister naar onbekende muziek, maak eens een tekening of knutselwerk als je dat niet gewoon bent enz. Bedenk enkele absurde verhalen waarin alle logica ontbreekt of doe dingen op een net iets andere manier dan je gewoon bent. Voor je gaat slapen kan je jezelf ook suggesties geven. Dat wordt droomincubatie genoemd. Bedenk waarover je zou willen dromen en schijf je gedachten over dat thema op. Bedenk of schrijf op wat je wil herinneren en neem jezelf voor dat je alles zal opschrijven wat je bij het ontwaken denkt of voelt, ook de minder leuke dingen. Dit kan helpen je droom naar boven te halen. Ten slotte wil ik vermelden dat het uitblijven van dromen ook te maken kan hebben met angst. Angst voor wat naar boven zou kunnen komen, angst voor nachtmerries. Sommige mensen gaan gebukt onder een zware geschiedenis of hebben een traumatische ervaring achter de rug. Het zich niet kunnen herinneren van dromen kan hiervan een gevolg zijn. In dit geval, en het is helaas niet altijd duidelijk dat dit het geval is, is het raadzaam een therapeut in vertrouwen te nemen en te kijken op welke manier deze geschiedenis verwerkt kan worden. Ik ben geen geheugenexpert en durf niet beweren dat iedereen in staat is zijn droomgeheugen aan te boren. Mensen met hersenletsels, geheugen- of concentratieproblemen kunnen misschien geen dromen onthouden. Het nemen van medicatie, drugs of alcohol kan eveneens een stop zetten op je droomgeheugen [4]. Wil je dromen kunnen ‘vangen’, dan heb je een apparaat nodig dat werkt. Dit apparaat is je lichaam, met in het bijzonder je hersenen en zenuwstelsel. Zit er op de één of andere manier ergens een kink in de kabel, dan wordt het moeilijk je dromen achteraf terug op te roepen.
Enkele addertjes onder het gras
Een veel voorkomende fout is het weggooien van beelden of gevoelens. Iemand krijgt bijvoorbeeld het beeld van een gordijn dat wappert in de wind en beslist dat dit geen droom is, en gooit daarmee het beeld weg. Of er komt iets naar boven en je plakt er het etiket ‘flutdroom’ op, of ‘slechts een restant van wat ik gisteren heb meegemaakt’. Na al die jaren merk ik dat ik deze fout nog regelmatig maak. Dat is jammer, want in simpele beelden is vaak veel te vinden! En hoe interessant kan het zijn om te bestuderen wat je van de vorige dag te verwerken hebt! Zelfs als je er van overtuigd bent dat dromen slechts afval van je geest zijn, is het nuttig eens naar dat afval te kijken. Het analyseren van iemands afval kan heel veel over die persoon vertellen! Of je denkt: ‘dat betekent dat en dat en daar heb ik niks aan want dat weet ik al.’ Sommige therapeuten gaan zelfs zo ver met te stellen dat het onmiddellijk begrijpen van een droom een vorm van weerstand is, dat het meteen interpreteren je ervoor beschermt dat je iets nieuws leert en je in je vertrouwde wereldje houdt, zodat alles bij het oude blijft en je niet kan spreken van inspiratie of persoonlijke inzichten om te groeien. Het komt er dus op neer om de beelden of indrukken aan te nemen zoals ze verschijnen. Leg je kritische stem nog even het zwijgen op – een kunst op zich! – en laat alle beelden toe die naar boven komen. Ook stemmetjes als ‘dit fantaseer ik, zo was het niet in mijn droom’ of ‘dit is maar een stukje van de droom, er is nog veel meer dat bovendien veel belangrijker was’ helpen je niet verder. Probeer ze te laten voor wat ze zijn. Neem aan wat verschijnt en wees er tevreden mee. Het kan inderdaad zijn dat er slechts een klein stukje van je nachtelijk avontuur naar boven komt. Soms is het mogelijk om aan de hand van dat stukje ook andere beelden naar boven te trekken. Ik zie dat als de haren die in de afvoer van de douche blijven hangen: soms kan je één haar grijpen en als je wat geluk hebt, kan je door aan die haar te trekken een heel kluwen van haren naar boven halen. Zo gaat het volgens mij ook met droombeelden: aan de hand van één beeld, kan je soms andere stukken van de droom opvissen. Lukt dit niet, geen probleem: elk klein stukje van een droom bevat informatie. Droomflarden kunnen vergeleken worden met hologrammen: elke flard, elke beeldscherf, omvat de informatie van het hele verhaal. Het kleinste beeld is genoeg om mee te kunnen werken. Volgens mij is het trouwens een illusie om je een droom volledig te herinneren zoals hij precies was. Misschien zijn er mensen die dat kunnen, ik in ieder geval niet. Er beklijft mij altijd wel het gevoel dat er nog meer was waar ik niet bijkan. Dat is frustrerend, maar er is niet veel aan te doen. Dromen spelen naar mijn gevoel af in een aparte tijd en ruimte. Het is moeilijk om je die ruimte in zijn volledigheid terug voor de geest te halen. Hetzelfde geldt trouwens voor ons waakbewustzijn: we leven met de illusie dat we een accurate herinnering aan een gebeurtenis hebben, maar in de praktijk is onze bewuste waarneming heel erg selectief en gekleurd [5]. Dit laatste wordt mooi omschreven door Robert Bosnak [6]: “Een droom is geen verhaal, geen film, geen tekst en geen toneelstuk, maar een ruimtelijk gebeuren. De droom is een weefsel van ruimte en tijd. Tijdens het dromen denken we dat we wakker zijn, net zoals we denken dat we wakker zijn als we echt wakker zijn. Daarom is het belangrijk dromen te onthouden als ruimtelijke structuren. […] Ook in de klassieke oudheid werd het geheugen gezien als ruimtelijke werkelijkheid.” Bij dit laatste kan je denken aan de geheugentechniek van de Romeinse kamer, een techniek om hele lijsten in volgorde van buiten te leren. Een andere valkuil is de overtuiging dat dromen altijd in beelden te herinneren zijn. Er zijn mensen die niet in beelden dromen, maar in indrukken of gedachten. Ze zien geen figuren of voorwerpen, maar weten wel dat die er zijn of in hun droom voorkwamen. Met deze dromen kan perfect gewerkt worden, dus gooi ze niet weg! Persoonlijk heb ik gemerkt dat ook dit kan veranderen. Vroeger droomde ik vooral in indrukken en beschikte ik meer over een weten van het droomgebeuren (ik wist wel wat er gebeurde in mijn dromen, maar kon het niet zien). De laatste jaren onthoud ik hoe langer hoe meer in visuele beelden. Een interessant weten in dit verband komt uit droomonderzoek van de laatste jaren [7]. Wetenschappers komen terug op de overtuiging die ze sinds de jaren vijftig hadden, namelijk dat het proces van dromen gelijk valt met de remslaap, de slaap met de snelle oogbewegingen (rapid eye movement). Nu blijkt dat we ook dromen tijdens de niet-remslaap, dus tijdens de andere slaapfasen van de nacht. Proefpersonen die wakker gemaakt worden tijdens de niet-remslaap zouden ook over heel wat gedachten beschikken, zij het niet in beelden. Het visueel dromen zou typerend zijn voor droomprocessen tijdens de remslaap.
Het bewaren van droommateriaal
Het herinneren van een droom is één ding, die herinnering bewaren is iets anders. Hoe vaak gebeurt het niet dat een dromer zo onder de indruk was van zijn droom, dat hij dacht dat die voor altijd in zijn geheugen gegrift stond. En vijf minuten later blijft er niks meer van over! Dromen kunnen zo subtiel zijn dat het belangrijk is ze op de één of andere manier vast te leggen. Dat kan bijvoorbeeld door ze aan je partner te vertellen, door ze op te schrijven of in te spreken op een dictafoontje. Bij het registreren van je droom duikt een nieuw probleem op: een ruimtelijke ervaring moet omgezet worden in logische taal. Taal is gebonden aan grammaticale wetten; taal bouwt logica in. Dromen zijn niet altijd logisch, verlopen niet altijd chronologisch met een mooi opgebouwd plot. Integendeel, een belangrijk kenmerk van dromen is dat ze zo absurd kunnen zijn! Freudianen leggen de oorzaak van dit verschijnsel bij processen die de droom vermommen; processen zoals onder andere verdichting en verschuiving. Met verdichting doelde Freud op het verschijnsel dat afzonderlijke droomelementen – figuren, plaatsen, voorwerpen – knooppunten zijn van meerdere droomgedachten [8]. Met andere woorden: één persoon staat voor een heleboel personen, één figuur bevat in zich verschillende figuren die zijn gecomprimeerd tot één geheel. Bij verschuiving wordt de emotionele energie die bij een bepaald droomelement hoort, overgedragen op een ander droomelement. Hierdoor worden accenten verlegd: het onbelangrijke krijgt een centrale plaats in het verhaal, terwijl hetgeen waar het eigenlijk om draait staat opgesteld in kleine details [5]. Bij het vertalen van de droom in woorden is het daarom belangrijk erover te waken dat je er geen mooi, logisch verhaaltje van maakt, want dan ben je eigenlijk bezig met te censureren. Nu, helemaal vermijden kan je dat niet. Volgens aanhangers van Freud is er namelijk een proces van secundaire bewerking actief: het droomgebeuren wordt daarmee in een vlot lopend verhaal gegoten. Deze vertaalproblemen naar de logica is deels te omzeilen door een droom te tekenen, schilderen of op een andere creatieve wijze vast te leggen. Als je vertrouwd bent met een creatieve manier van werken, is het zeker aan te raden eens te proberen je droom op die manier weer te geven. Ook hier kan je op de frustratie botsen dat je een helder beeld hebt en het toch niet op papier gezet krijgt zoals jij het ziet, ook al ben je technisch sterk aangelegd in je creatieve domein. Een combinatie van woord en beeld, van logica en niet-logica, is misschien nog wel het meest interessante. Ik raad aan om – als je ervoor kiest een droom op te schrijven – gewoon te beginnen schrijven. Schrijf de woorden die in je opkomen, ook al weet je dat de volgorde niet klopt, ook al maak je taalfouten enz. Noteer eerst de grote lijnen, symbolen en emoties die aan het licht komen. Je kan ze achteraf aanvullen, corrigeren, er je associaties en gevoelens bijschrijven. Het loont de moeite om zoveel mogelijk nuances en details op te nemen. Raak echter niet verstikt in pogingen om precies de woorden te vinden die een gecompliceerde of ondefinieerbare stemming beschrijven! Pas eventueel de volgorde aan en maak volzinnen. Het kan nuttig zijn om – als je gebruik maakt van een schrift of dagboek – een grote kantlijn te voorzien, witregels te laten of telkens één pagina leeg te laten. Of je kan met een klad- en netversie werken. Vermeld steeds de datum en geef, indien je dat graag doet, een originele titel aan je droom. Schrijf je droomverhaal in de ik-vorm en in de tegenwoordige tijd, dat haalt het droomgebeuren iets dichter bij het droomverhaal. Bij het registreren is het belangrijk dat je kritische stemmetjes even laat voor wat ze zijn en dat je ongeremd kan schrijven wat naar boven komt. Achteraf kan je misschien naar die kritische stemmetjes in jezelf luisteren en horen of ze je iets zinnigs te vertellen hebben of niet. Ik ben ervan overtuigd dat dromen niet liegen en dat – als we slimmer proberen zijn dan onze dromen – we vaak bedrogen uitkomen! Ook hier laat ik Robert Bosnak [9] aan het woord: “Staar je niet blind op het verhaal. Het beste is om de beelden te beschrijven in een toestand waarin je je in het beeld bevindt, zodat je alleen om je heen hoeft te kijken. Selecteer de droom niet voor je ze opschrijft. De weerstand doet vaak dromen op het eerste gezicht onooglijk schijnen die na enig werk zeer veel blijken op te leveren.” Bosnak maakt een onderscheid tussen verse en belegen dromen. Verse dromen komen je heel levendig voor de geest, je zit zo weer in het verhaal, je kan ze waarnemen met verschillende zintuigen en bent snel in staat de bijhorende emoties op te roepen. Belegen dromen zijn volgens hem dromen die je genoteerd hebt en waarvan je nog net weet dat jij het bent die ze opgeschreven heeft. Je blijft er een beetje buiten staan. Ze zijn zoals hiërogliefen op een bouwsteen van een gestorven cultuur. De versheid van dromen vervliegt soms ogenblikkelijk. Andere dromen doen alleen maar of ze belegen zijn, maar als je ze nader bekijkt, krijgen ze hun leven als organisme weer terug [10]. Dromen zijn heel persoonlijk en bevatten veel informatie. Ze laten soms aspecten van je zelf zien die je liever niet onder ogen ziet of ze halen soms gruwelijke dingen naar boven. Het is belangrijk dat je je vrij voelt in het noteren van wat je gedroomd hebt en dat je niet censureert uit schrik dat iemand misschien je verslag gaat lezen. Vraag je huisgenoten je privacy te respecteren of stop desnoods je droomnotities achter slot en grendel.
Overspoeld worden met dromen
Het komt soms voor dat mensen zo bedreven worden in het onthouden van hun dromen, dat ze zich drie of meer dromen per nacht herinneren en een hele tijd bezig zijn met alles te noteren. Als dat het geval is, raad ik aan een poosje met het noteren te stoppen of het te beperken tot één droom per nacht, per week of wat dan ook. Het is niet de bedoeling dat je nachtrust komt te lijden onder je ambitie om met dromen bezig te zijn of dat je ettelijke uren vroeger moet opstaan om alles op te schrijven. Een overvloedig noteren van dromen zou je in sommige gevallen kunnen zien als een vorm van weerstand: door de veelheid heb je geen tijd meer om te kijken wat er in een afzonderlijke droom gebeurt en stel je jezelf vrij van een confrontatie met de beelden. Het essentiële materiaal verschuilt zich dan achter de overdaad. Soms komt het voor dat de dromen overdag blijven hangen en dat de beelden je niet meer loslaten. Als dat eens een enkele keer gebeurt, hoeft er helemaal niks ergs aan de hand te zijn. Vermoedelijk ben je geraakt door wat er verschenen is. Het is dan raadzaam iets met die droom te doen, er met iemand over te spreken of met een geschikte therapeut af te spreken. Anders is het echter als het systematisch gebeurt dat je je overdag niet meer kan concentreren, dat de droombeelden je leven beginnen domineren en je emotioneel begint te lijden onder je dromen. Of als er droomfiguren zijn die je overdag kan horen of zien en die je dicteren wat je moet doen en laten. Stop in die gevallen met het noteren van je dromen en roep de professionele hulp in van een therapeut.
Een droomstop
Het kan voorkomen dat – als er veel in je leven verandert – je op een bepaald moment nauwelijks nog een droom kan herinneren, dat je een droomstop hebt. Dit lijkt mij een hele gezonde en normale reactie. Soms is het goed om je gewoon met de veranderingen van het leven bezig te houden en het droomwerk even te laten rusten. Ik herinner me nog toen er een einde kwam aan een partnerrelatie, ik een nieuwe woning betrok en tegelijkertijd ook nog eens van werk veranderde. Ik had het in die tijd fijn gevonden als ik me wat dromen kon herinneren, die me als wegwijzers door al die veranderingen heen konden loodsen. Het wil dan natuurlijk net lukken dat dromen koppig uitbleven! Of het kan voorkomen dat je zodanig schrikt van iets wat je uit je dromen leert, dat je een tijdje niets meer kan onthouden van de nachtelijke taferelen. Dat is heel normaal en helemaal geen reden voor paniek. De dromen komen wel weer terug als je wat verwerkt hebt en klaar bent voor nieuwe inzichten. Je kan het zien als een mechanisme dat zichzelf regelt.
Voetnoten
[1] De droomduiding, S. Freud
[2] Tijdens lucide dromen besef je dat je aan het dromen bent en kan je vaak het verloop sturen.
[3] Hiermee beweer ik niet dat mensen met veel droommateriaal meester zijn in het kennen van hun lichaam en emotionele gesteldheid!
[4] De Droom, Vedfelt
[5] Het bewustzijn als bedrieger, Norretranders.
[6] Een kleine droomcursus, Bosnak
[7] Droom, brein en betekenis, Stroeken
[8] De Droom, Vedfelt
[9] Sporen in de wildernis van dromen, Bosnak
[10] Als er in therapie met dromen gewerkt wordt, is het handig als de dromen nog vers zijn. Toch kunnen ook de belegen dromen hun nut hebben, bijvoorbeeld in het werken met langere droomreeksen.
Vragen of bedenkingen bij dit artikel?
Laat het weten op droomcirkel@yahoo.com
DROOMCIRKEL vzw
Dorpsstraat 8
3050 Oud-Heverlee
Tel. 0486-268055
http://www.droomcirkel.be/
Publicatiedatum: 27 juni 2008
Auteur: Cindy Schepers

Reacties
Er zijn nog geen reacties